Welkom Tamara Streng! Nieuw lid van de Adviesraad

Het Jessica Buitelaar Fonds verwelkomt Tamara Streng als nieuw lid van de Adviesraad. Daar zijn we heel blij mee! Tamara brengt niet alleen veel kennis en ervaring mee vanuit haar werk in de zorg, maar kent de wereld van mensen met een verstandelijke beperking ook van heel dichtbij. Als familielid én als moeder. Wie is Tamara, wat drijft haar en wat hoopt ze vanuit de adviesraad bij te dragen? We maken graag nader kennis.

Tamara, kun je om te beginnen iets over jezelf vertellen?
Samen met mijn dochter Lisse, die bijna 5 is en downsyndroom heeft, en onze hond Joep woon ik in de fijne Westerparkbuurt in Amsterdam. We brengen graag tijd door met familie en vrienden. Doordeweeks gaat Lisse naar school en werk ik als adviseur strategie en samenwerking bij Vilans, de landelijke kennisorganisatie voor zorg en ondersteuning. Vanuit Vilans werk ik samen met allerlei mensen en organisaties die kennis ontwikkelen voor de zorgpraktijk.

Je bent al van jongs af aan betrokken bij mensen met een verstandelijke beperking. Hoe is dat begonnen?
Mijn tante Jannie, de jongste zus van mijn moeder, heeft downsyndroom. Als kind kwamen we al bij haar op de instelling. Ze woont nog steeds bij Bartiméus in Doorn. Ik wilde destijds graag de Z-verpleging in, maar daarvoor was ik nog te jong. Na een uitstapje in de kapperswereld ben ik uiteindelijk de opleiding tot verzorgende gaan volgen bij 's Heeren Loo in Julianadorp. Sindsdien ben ik op allerlei manieren verbonden gebleven met het leven van mensen met een verstandelijke beperking en de mensen om hen heen.

Met de geboorte van Lisse leerde je de zorg ook vanuit een ander perspectief kennen. Wat heeft dat je geleerd over wat goede zorg betekent?
Door de geboorte van Lisse heb ik de medische wereld van dichtbij leren kennen. Direct na haar geboorte kwamen de cardiologen in beeld, thuis kregen we fysiotherapie en we werden uitgenodigd bij de kinderarts van de Down Poli. Ik heb me in die periode gedragen en gesteund gevoeld. Tegelijkertijd miste ik soms de samenhang tussen de verschillende zorgverleners. Wie overziet eigenlijk het geheel? Dat voelde soms als een extra last.

Wat ik vooral heb ervaren, is hoe belangrijk persoonlijke betrokkenheid is. Laatst vertelde onze apotheker dat ze door een overname niet meer in de buurt zouden blijven werken. Ik bedankte haar voor de warme betrokkenheid van de afgelopen jaren en schoot vol. Want ze waren er altijd. Zelfs als ik alleen een zalfje voor mezelf kwam halen, vroegen ze: 'Hoe is het met je dochter?' Dat soort kleine dingen maken een groot verschil.

Over een intensieve periode in jullie leven schreef je het boekje ‘De stalkmoeder, de huisdealer en de kleine junkie’. Hoe is dat ontstaan?
Tijdens de periode dat Lisse in het ziekenhuis lag, zocht ik een manier om familie en vrienden op de hoogte te houden zonder iedereen afzonderlijk te hoeven informeren. Ik maakte een WhatsApp-verzendlijst waarop mensen zich konden aanmelden. Iedere avond rond negen uur schreef ik een update over onze dag.

Op een gegeven moment kreeg ik een kaartje van het bestuur van Vilans. Ze schreven: ‘Tamara, je schrijft zo ontzettend raak en mooi over jullie belevenissen. Wij dachten – als je dat al niet van plan was – leuk om daar een echt boekje van te maken’.

Ik hoop dat mensen door het lezen van het boekje iets dichter bij zo'n moeilijke periode kunnen komen. Dat ze er inzichten uit halen die helpen, als ouder, professional of iemand uit de omgeving. Soms zit dat in heel kleine dingen. Een vriendin gaf me bijvoorbeeld een doosje snoep cadeau. Niet voor mij, maar om bij de deur van de ziekenhuiskamer neer te zetten, zodat verpleegkundigen en artsen iets konden pakken. Bedoeld als: zo word je de populairste kamer! ;-)

Download hier het boekje ‘De stalkmoeder, de huidealer en de kleine junkie’

Je kent de zorg inmiddels als professional, familielid en moeder. Kijk je daardoor anders naar de zorg?
Wat ik me vooral realiseer, is hoe kwetsbaar je positie als ouder of naaste kan zijn. Als professional kun je in en uit een situatie stappen. Als ouder kun je dat niet. Als professional ben ik soms minder voorzichtig als ik iets wil regelen, omdat ik minder afhankelijk ben. Als ouder voel ik die afhankelijkheid veel sterker. Wanneer ik iets nodig heb, weeg ik soms af hoe ik mijn vraag stel. Dat besef neem ik ook mee in mijn werk.

Wat zou jij graag anders zien in de zorg en ondersteuning?
Ik zou graag zien dat de zorg nog meer verbinding zoekt met de wereld daarbuiten. Ik ben de afgelopen jaren betrokken geweest bij projecten met kunstenaars, ontwerpers en muzikanten, en eerder ook met mensen uit de sportwereld.

De gehandicaptenzorg kent ontzettend veel creativiteit. Die zou ik graag meer naar buiten brengen. Tegelijkertijd vraagt samenwerken met anderen ook dat je kritisch kijkt naar wat je zelf kunt bijdragen en dat je je bewust bent van je eigen blinde vlekken. Door andere werelden toe te laten en samen te werken, wordt iedereen een stukje rijker.

Wat spreekt je aan in het Jessica Buitelaar Fonds?
Vooral de praktijkgerichte aanpak. Er is veel aan de hand in de zorg, maar ik vind het altijd hoopgevend als mensen met nieuwe ideeën komen en daar tijd en energie in steken. Het Jessica Buitelaar Fonds helpt om zulke ideeën verder te brengen. Ook als het misschien om kleine stappen gaat. Juist die energie en beweging kunnen de sector vooruithelpen.

Als lid van de adviesraad ga je onder meer subsidieaanvragen beoordelen. Wanneer denk jij: dit initiatief kan echt verschil maken?
Ik word enthousiast van initiatieven die buiten de gebaande paden durven te kijken. Ideeën die verbinden en iets nieuws toevoegen.

Tegelijkertijd vind ik het belangrijk dat initiatiefnemers voortbouwen op wat anderen al hebben geleerd. Je hoeft niet steeds opnieuw het wiel uit te vinden. Juist de combinatie van nieuwe ideeën en bestaande kennis kan iets moois opleveren.

Tot slot: wat hoop je dat het Jessica Buitelaar Fonds de komende jaren kan betekenen?
Ik hoop dat het fonds kan bijdragen aan het dichter bij elkaar brengen van verschillende werelden. Monique Buitelaar schreef het boek ‘De ogen van Jessica –  Over moederschap en de parallelle wereld van downsyndroom’. De titel – de parallelle wereld - vind ik heel treffend. Samen met Sarike de Zoeten en andere bloggers schrijf ik voor Samen in Holland. Ook daar gaat het over die verschillende werelden.

Zelf heb ik er ooit bewust voor gekozen om in de zorg te gaan werken. Het is mijn vak, een wereld waarin ik heb geleerd, ben gestruikeld en weer ben opgestaan. Een wereld waar ik van houd. Maar ouders en gezinnen komen vaak zonder dat ze daarvoor kiezen in die wereld terecht. En als ze geen voorkennis hebben, weten ze werkelijk niet wat hun overkomt. Ik zou het zo mooi vinden als die werelden minder parallel aan elkaar zouden lopen. Als er meer wederzijds begrip komt en minder aannames worden gedaan. Als het Jessica Buitelaar Fonds daaraan kan bijdragen, zou dat heel waardevol zijn.

Volgende
Volgende

Hoe geef je vorm aan ‘Samen zorgen’?